Waarom vrouwen irritant zijn

Eens in de zoveel tijd word ik geconfronteerd met vrouwelijk onvermogen om te gaan met stress. Gisteren bijvoorbeeld toen ik met eentje, mijn beste vriendin, aan het racen was om de pont te halen…

WAAROM VROUWEN IRRITANT ZIJN

‘…Guusje ter Horst en Marijke Linthorst zijn inmiddels bereid tot een compromis aangaande het zorgconflict. Hun eindoordeel laten ze echter afhangen van Adri. Mocht dit wetsvoorstel niet door de eerste kamer komen dan treed minister Edith Schippers waarschijnlijk af en is er een kabinetscrisis…’

Eens in de zoveel tijd word ik geconfronteerd met vrouwelijk onvermogen om te gaan met stress. Gisteren bijvoorbeeld toen ik met mijn beste vriendin, aan het racen was om de pont te halen. Samen fietsten we vanuit Amsterdam West richting de NDSM-pont toen zij ineens leek te remmen om af te slaan. ‘Hier rechtdoor!’ schreeuwde ik gauw. ‘Rechtdoohòòòòòr!’ Het ‘hoer’ bleef impliciet en dat was misschien maar goed ook. Anders was mijn vriendin twee seconden later hoogstwaarschijnlijk tegen dat onverwachts opzij zwenkende 45 km wagentje aan geknald. Nu kon ze deze nog net ontwijken en bleef het grappig. Voor mij.

Ik had natuurlijk een goede reden om zo tekeer te gaan. Mijn vriendin heeft het een tijdje terug uitgemaakt en deze persoon, met exact evenveel borsten, dacht dat ze een snellere route wist. Zij dacht dat ze een snellere route wist, sneller dan die van mij… Even voor de duidelijkheid, ik logeer regelmatig bij haar en het is overduidelijk dat ik altijd alles sneller doe. Ik eet sneller, ik kook sneller, ik was sneller af, alles! …op inbinden na misschien, maar daar heb je ook weinig aan.

Honderd meter na haar bijna botsing nam mijn vriendin opnieuw wat gas terug. In eerste instantie ging ik er vanuit dat ze plaats zou nemen in mijn slipstream, maar ineens klonk daar: ‘Ik vind het niet fijn dat je mij zo strest. Ik zie jou wel bij mijn huis.’ Dus trapte ik door. ‘Ze zal het weten ook.’ dacht ik. ‘Het gaat vast zo regenen.’

Het was ook zo’n stomme, typisch vrouwelijke reactie. Alles direct persoonlijk maken. Mijn lichte stemverheffing was alleen bedoeld om het pontje te halen. Dat wilde zij toch ook? Ze had het aan mijn wijsheid te danken dat ik niet daar met haar in discussie ging want dat pontje zou niet op ons wachten en regen trekt zich al helemaal nergens wat van aan.

Langzaam veranderde mijn stevige tempo in een heuse race tegen een onzichtbaar peloton. Ik begon te trappen als een malle en keek niet meer om. Negen genegeerde rode lichten later pas zou ik weer kijken, de haast voorbij. Drie minuten te vroeg was ik het NDSM-pondje opgeknald terwijl dikke druppels zich vermengden met het IJ.

Zorgstelsels in landen met miljoenen inwoners zijn per definitie ingewikkeld. Zelfs wanneer intelligente, redelijke mensen deze willen verbeteren zijn de uitkomsten van hun voorgestelde maatregelen niet gemakkelijk te duiden in ‘goed’ of ‘fout’. Men kan hooguit een inschatting maken.

Minister Schippers en haar team hebben een aanpassing bedacht voor ons zorgstelsel. Het idee hierachter is dat het grootste gedeelte hiervan in stand én betaalbaar blijft. Het nadeel is dat (minder rijke) mensen die kiezen voor de goedkoopste variant de keuze voor hun arts leggen bij de verzekeraar. Deze gaat graag voor dat ziekenhuis wat de, door haar cliënt gevraagde, zorg het goedkoopst aanbiedt. Voorstanders van de aanpassing zien goedkoop in deze als een onderdeel van de algehele efficiëntie om het stelsel betaalbaar te houden. Tegenstanders zien haar als inperking van keuzevrijheid en afdoen aan kwaliteit.

Wanneer je als ziekenhuis vaker een gecompliceerde breuk voor de kiezen krijgt, word je hier normaal gesproken beter in, of in ieder geval efficiënter. Het AMC in Amsterdam bijvoorbeeld krijgt veel vaker mensen met gecompliceerde breuken dan het Gemini ziekenhuis in Den Helder. De beste artsen werken natuurlijk niet allemaal bij het AMC. Dat Gemini misschien minder efficiënt is ingericht voor de komende stroom gipsvluchten, betekent dus niet dat skiërs hier minder goed worden geholpen. Een operatie daar is waarschijnlijk wel iets duurder voor de betreffende verzekeraar.

Zowel de voor- als de tegenstanders van de aanpassing aan het zorgstelsel hebben op hun manier gelijk. Maar PvdA dissident Adri Duivesteijn zet natuurlijk niet voor niets zijn voet zo tief in de schnee. Hij is, evenals zijn vrouwelijke medestanders, onlangs lager op de lijst gezet voor de Eerste Kamerverkiezingen en dat zullen ze weten. Adri overziet namelijk altijd alles beter dan zijn partijgenoten, behalve wanneer hij zich moet overgeven.

Na een boottochtje en een heel klein stukje fietsen stak ik, redelijk droog, mijn leensleutel in de deur van de container van S. Toen ik de deur opendeed, begroette zij mij met: ‘Ik denk dat je beter het korte pontje had kunnen nemen, Pras. Die vanuit de Spaarndammerbuurt.’ Gevolgd door een meer gemeende dan gemene glimlach.

Autisten denken extreem mannelijk. Zaken zijn goed of fout en voor nuances is nauwelijks ruimte. Asperges, zoals ik, hebben exact hetzelfde alleen gaat het bij hen juist om kleine dingen die door anderen onterecht worden geclassificeerd als zijnde nuances. De sukkels. Zo wist ik niet alleen wat de snelste route was, ik wist ook waarom. Ik had namelijk al ingeschat welke kruispunten we konden ontwijken en over welke je gemakkelijk heen kon crossen omdat er voldoende speling zat tussen rood en groen voor de verschillende richtingen. Ik had nagedacht over windrichting, heuveltjes, toeristen en taxi’s. Ik wist zeventien miljoen procent zeker wat de kortste route was.

Terwijl mijn vele malen drogere vriendin thee voor me inschonk, begon ik ineens te huilen. ‘Je hebt een rotdag, hè?’ zei ze, waarop ik reageerde met: ‘Hoe kon ik dat nou weten.’ in half verstaanbaar gesnotter. Na een knuffel ging ik verder met: ‘Wat ontzettend irritant dat je net je gelijk er niet inwreef. Mij een beetje laten nadenken…’

Waarom Prasperger

Ik ben net afgewezen voor een baan. Ik wist vrij zeker dat ik dit werk nooit serieus zou kunnen nemen, maar ja…



DAAROM PRASPERGER


Wandelend door de supermarkt hield mijn maag (of genetische bagage) me plotseling staande. Even keek ik achterom, maar er was niemand te zien. Gelukkig. Geen mens die zag dat ik met de plofkip flirtte. Kaal gepikt en opgefokt als een Russische  roeier lag ze daar naast een net iets minder vette scharrelaar.


Ook die is fout’ vertel ik mezelf, terwijl mijn maag rommelt en mijn keel extra speeksel aanmaakt. Ik probeerde mezelf voor te stellen hoe laatstgenoemd kipje krampachtig over andere kluifjes klauterde, angstig op zoek naar een plek om zich oprecht gevogelte te voelen. Daar wilde ik niet aan bijdragen natuurlijk, maar waarom dan toch die twijfel?


Mijn sollicitatie bij stichting Varkens in Nood ging trouwens goed tot mijn interviewer me om een boude stelling vroeg. “Iets als ‘varkens zijn de Joden onder de dieren’”, zei hij omdat dit blijkbaar hun meest succesvolle mediamoment was. Mijn hierop volgende gniffel verraadde volgens de betreffende medewerker een gebrek aan passie.


Een verleidelijke blik en: “Dat compenseer ik met schrijftalent!” ten spijt, werd ik bedankt voor mijn tijd. De dagen dat mijn bewierookte blikvangers mij uit dit soort situaties konden redden, waren overduidelijk voorbij. Het was crisis en voor mij konden ze vijftig anderen krijgen. “Dat u goed kunt schrijven, kunnen wij van tevoren niet zien.”, hoorde ik hem nog zeggen terwijl ik de deur uitliep en hij had gelijk.


Wenkbrauwen’ dacht ik ineens, terwijl ik nog altijd voor de kippen stond. Varkens moeten wenkbrauwen krijgen! Daarom hoor je ook nooit iemand huilen om hardhandig behandelde haringen. Het maakt niet uit hoeveel pijn je die doet, ze blijven je aanstaren met die koude knikkers. Ik zuchtte. Het was een meer dan briljant plan, maar natuurlijk veel te laat voor mijn sollicitatie.


Je kunt nog zo vaak vertellen dat je fantastisch kunt schrijven, dat varkens op Joden lijken, of dat scharrelkippen net zo lijden als hun collega’s in legbatterijen, mensen hebben plaatjes nodig. Varkens zijn vrolijke, intelligente wezens met wonderbaarlijke ogen. Stichting Varkens in Nood, moet Omroep Max sponsoren, en hen een varken schenken met geïmplanteerde wenkbrauwen. Vervolgens moeten ze dat beestje mee laten doen met Nederland in Beweging, liefst lachend en met massa’s mascara.


Er is inmiddels een man naast mij komen staan. Even kijkt hij opzij. Dan grijpt hij naar het plofmormel en stopt deze gauw in zijn mandje. “Biologisch is beter, he?” zeg ik. “Voor de kippen.” Hij loopt gniffelend weg, wijst naar zijn achterzak en roept: “Eind van de maand, hè! Voor mijn portemonnee.”